support Casper
 
COMPETITIESTAND
      w g v p
1 WII 38 23 10 5 79
2 GRO 38 22 9 7 75
3 RJC 38 21 12 5 75
4 DOR 38 18 15 5 69
5 ADO 38 17 12 9 63
6 GRA 38 19 6 13 63
7 EMM 38 17 6 15 57
8 NAC 38 15 11 12 56
9 MVV 38 16 8 14 56
10 JAZ 38 16 8 14 56
11 HEL 38 14 9 15 51
12 CAM 38 13 8 17 47
13 VVV 38 12 10 16 46
14 EIN 38 9 16 13 43
15 JAJ 38 10 11 17 41
16 JPS 38 11 7 20 40
17 TEL 38 9 8 21 35
18 TOP 38 10 4 24 34
19 DBO 38 8 9 21 33
20 JUT 38 5 11 22 26
Bron van dit artikel
 ADOfans.nl

Datum plaatsing: 06-06-2004 22:20:00

van debutant bij ADO tot bondscoach



Zaterdag 5 juni 2004 - Wat weten we eigenlijk van de mens Dick Advocaat? Het was zomaar een vraag, zonder nadenken gesteld. Het bleef vervolgens ijzig stil op de sportredactie. Zelfs de simpelste antwoorden bleven uit. Getrouwd? Kinderen? Hobby’s? Stilte alom. „Hij woont op een hele hoge flat, waar een buurjongetje steeds de bal op het balkon trapt“, wist een grapjas. Daar bleef het bij.

LAUSANNE – De komende weken is Dick Advocaat de belangrijkste man van Nederland. Heel wat interessanter dan Balkenende, de leden van het koningshuis of de president van de Nederlandse bank. Dick Advocaat zal niet van het tv-scherm af te branden zijn. Is hijzelf niet in beeld, dan zal het toch over hem gaan.

‘Dick van Oranje’ is de komende tijd van het volk, maar het volk weet niets van hem. De bondscoach is er gedurende een ellenlange loopbaan in het betaald voetbal (van 1966 tot op heden) in geslaagd zijn privé-leven bijna volledig aan het zicht te onttrekken. Vooral de laatste jaren sluit hij zich meer en meer af. Wat bekend is, stamt vooral uit interviews van voor zijn eerste periode als bondscoach.

De laatste echte persoonlijke ontboezeming dateert alweer van januari 1999. Toen overleed zijn moeder op 89-jarige leeftijd. Dick Advocaat had met haar een hele hechte band. Toen hij nog in Nederland werkte, zocht hij haar bijna dagelijks op; anders belde hij wel even. Bekend is dat Dick Advocaat zijn overgang van PSV naar Glasgow Rangers een half jaar voor haar verborgen hield, bang dat ze anders overstuur zou raken.

Het tekent de bondscoach, die door al zijn oude vrienden, kennissen en collega’s wordt bestempeld als een uiterst gevoelige man, die in de regel hondstrouw is aan mensen met wie hij een band op heeft gebouwd.

Dezelfde mensen spreken er tot op de dag van vandaag hun verwondering over uit dat Dirk Nicolaas (zijn officiële voornamen) Advocaat het ooit tot de functie van bondscoach heeft geschopt. Dick was vroeger helemaal geen leider. Hij was meer de uiterst gezagsgetrouwe dienaar. „Hij heeft zich geweldig ontwikkeld“, is de algehele opinie.

Dick Advocaat werd geboren op 27 september 1947. Zijn moeder zou als eerste na de bevalling hebben gezegd ‘alweer een jongen’. Geen wonder, want Dick was haar vierde mannelijke nakomeling op rij. Twee jaar na ‘Dickie’ werd als vijfde en laatste kind van het gezin eindelijk een meisje geboren.

De familie Advocaat (waarvan sommige takken de naam als Advokaat schrijven) stamt oorspronkelijk uit de Alblasserwaard, waar opa Jacob grondwerker was, maar Dick Advocaat is een rasechte Hagenaar. Geboren en getogen in de Transvaalbuurt, de Majubastraat nummer 41 om precies te zijn. Dick Advocaat was misschien wel voorbestemd om profvoetballer te worden. Recht tegenover het ouderlijk huis was een schoolplein, tegelijk het voetbalveld voor de hele wijk. Op vijf minuten lopen van het ouderlijk huis ligt nog steeds het stadion van ADO Den Haag.

Vader Jan was een redelijke amateurvoetballer en hing altijd uit het raam als de buurtjeugd aan het voetballen was. Bij onenigheid was hij tevens de buurtscheidsrechter die besliste over de geldigheid van doelpunten. Jaap, de oudste broer van Dick, bleek al snel een talent. Toen Dick Advocaat elf jaar was, debuteerde Jaap al in het eerste van ADO. Kleine Dickie was apetrots en vertelde aan wie het maar horen wilde (of niet) dat zijn broer ook nog gescoord had bij dat eerste optreden, uit bij Sparta.

Hoewel het leeftijdsverschil groot is (zeven jaar) waren Jaap en Dick toch maatjes. Ze sliepen op dezelfde kamer en zijn elkaar altijd trouw gebleven. In 1994 bijvoorbeeld ging Jaap mee naar het WK in de Verenigde Staten, om als een soort praatpaal voor Dick te fungeren.

Misschien wel juist door het succes van Jaap was Dick Advocaat al vroeg vastbesloten om ook profvoetballer te worden. Die droom hadden in zijn buurt wel meer jongens, zoals Harrie Vos (nog steeds een goede vriend), Aad de Mos, Lex Schoenmaker en vele anderen. Ze speelden allemaal in de jeugd bij ADO en Dick Advocaat was zeker niet de beste.

Hij was wel de fanatiekste. Misschien ook wel om zijn geringe lengte te compenseren (hij groeide niet verder dan 1 meter en 71 centimeter) ontwikkelde hij zich tot een ijzervretertje. Binnen het veld was hij bloedfanatiek, daarbuiten gold hij juist als een bedeesde, beleefde en zelfs verlegen jongen. Maar heel af en toe kon Dick Advocaat wel ontploffen van woede. Dan deinsde hij nergens voor terug, zelfs zijn drie oudere broers moesten dan maken dat ze uit de buurt kwamen.

Op 19-jarige leeftijd debuteerde Dick Advocaat in het eerste van ADO, de club waar hij vanaf zijn tiende speelde. Het moet wat geweest zijn voor Dick Advocaat, die tot luttele jaren voor zijn doorbraak iedere zondagochtend naar het Zuiderpark ging en de spelers van ADO persoonlijk succes ging wensen voor de wedstrijd.

Nog steeds betreurt Dick Advocaat het dat zijn vader nooit heeft meegemaakt dat ook hij succesvol was. Vader Jan overleed al op 58-jarige leeftijd, toen Dick Advocaat 17 jaar was. De klap was zwaar en ijlde nog heel lang na. Dick Advocaat heeft weleens verteld dat hij in zijn eerste periode als bondscoach regelmatig een brok in de keel en tranen in zijn ogen kreeg bij het spelen van het Wilhelmus. Vooral omdat hij dan dacht aan z’n vader die het allemaal nooit mocht meemaken.

Emoties in alle soorten en maten spelen Dick Advocaat toch al regelmatig parten. Als pubertje had hij bijvoorbeeld enorm veel last van heimwee. Een weekeindje kamperen op de Veluwe met onder anderen Harrie Vos en Aad de Mos (pa De Mos had al een auto en bracht het gezelschap weg) eindigde telkenmale met een vervroegde terugkeer van Dickie Advocaat naar Den Haag. „Op het laatst wilde niemand meer met mij op vakantie.“ Later werd Dick Advocaat juist een liefhebber van reizen. In zijn tijd bij Chicago Sting was het vliegveld zijn geliefde hangplek. „Ik houd van luchthavens en vliegtuigen, gewoon het idee dat die je overal heen kunnen brengen“, liet hij zich ooit ontvallen. In Chicago was Wim van Hanegem zijn slapie. Die herinnert zich maar al te goed dat Dick Advocaat bij een emotionele film of een mooi stukje muziek (de bondscoach houdt van Golden Earring, Barbara Streisand, Barry Manilow en de Bee Gees) wel heel snel geteisterd werd door waterlanders.

Dick Advocaat als voetballer was natuurlijk geen topper, hooguit een aardige subtopper. Dat leverde in de jaren zestig en zeventig wel wat geld op, maar niet echt veel. Zeker in de eerste jaren moest de huidige bondscoach daarom ook gewoon nog werken voor het beleg op zijn boterham. Zijn eerste contractje bij ADO was goed voor welgeteld 600 gulden per seizoen.

De enige opleiding die Dick Advocaat voor zover bekend naast het voetbal heeft genoten is de driejarige handels-ulo, wat nu de administratieve richting op het vmbo zou zijn. Met dat diploma op zak trad Dick Advocaat als tiener in dienst bij de KLM op een boekhoudafdeling. Langer dan vijf maanden mocht hij er niet werken. Zijn volgende baan was ook weer iets administratiefs en daarna werd hij nog even vertegenwoordiger in systeemplafonds. Pas nadat hij in 1973 naar Roda JC was gegaan, verdiende hij genoeg om de bijbaantjes te schrappen.

Toen Dick Advocaat in 1984 op 36-jarige leeftijd zijn voetbalschoenen eindelijk in de kast zette, wist hij al dat hij trainer wilde worden. Wat heet, hij was al trainer, van DSVP uit Pijnacker. Die club wilde eigenlijk zijn broer Jaap als coach, maar die was al bezet, waarna Dick werd aanbevolen. DSVP kreeg daar geen spijt van, want de club promoveerde tweemaal in de vier jaar dat Advocaat er bijverdiende.

In 1984 volgde een onwaarschijnlijke move van DSVP naar het Nederlands elftal. Rinus Michels zocht namens de KNVB een coach voor de UEFA-jeugd en stuitte bij het doorvlooien van de eindexamens voor de trainerscursus op de naam Advocaat. Hij belde de trainer van DSVP op, maar die gooide tot tweemaal toe boos de hoorn op de haak, omdat hij dacht dat Maarten Spanjer (toen al alom erkend als Michels-imitator) hem in de boot nam. Uiteindelijk kwam het contact toch tot stand en luttele maanden later werd Advocaat maar meteen gepromoveerd tot assistent bij Oranje.

Met Rinus Michels heeft Dick Advocaat sindsdien altijd een innige band gehad. Niet voor niets was de oude generaal de afgelopen dagen te gast bij de ‘kleine generaal’ in het spelershotel in Lausanne. Tekenend voor de verhoudingen spreekt Dick Advocaat zijn nestor nog steeds aan als ‘meneer Michels’, hoe vaak die ook niet zegt: ‘Noem me nu eindelijk eens Rinus.’

Dick Advocaat is een product van de Haagse straten, die gerust een autodidact kan worden genoemd. Als jeugdspeler van ADO moest hij keihard werken om het eerste elftal te halen, ook als trainer is hard werken altijd zijn motto gebleven. De man maakte als clubtrainer meer uren dan wie ook. Eenmaal thuis stortte hij zich dan ook nog eens op stapels videobanden.

Zijn vroegere medespelers bij ADO spreken nog steeds hun verwondering uit over de weg die hij heeft afgelegd. Niemand had in de jaren zestig durven voorspellen dat de schuchtere en ook saaie Dickie Advocaat ooit bondscoach zou worden.

Maar waarschijnlijk is het juist door zijn achtergrond als product van een Haagse volkswijk dat hij zich staande houdt. Dick Advocaat is per saldo een straatvechter met het hart op de goede plaats. Vrijwel zonder uitzondering roemen spelers van al zijn voormalige clubs hem om zijn eerlijkheid en trouw. Dick Advocaat laat niemand vallen, tenzij die persoon het er zelf naar maakt. Bovendien waardeert de bondscoach het nog steeds wanneer mensen durven te zeggen wat ze vinden. In dat licht moet waarschijnlijk zijn verhouding tot Seedorf gezien worden. Daarom ook laat hij Frank de Boer niet thuis.

Het meest verwonderen zijn oude kennissen zich nog over zijn opstelling tegenover de pers. Ooit had Advocaat in de regel een hekel aan journalisten, een enkele uitzondering daargelaten. Tegenwoordig is hij zelfs tijdens persconferenties ontspannen. Hij veroorlooft zich steeds meer humor, vaak met een hoog cynisch gehalte. Humor van de straat, om het maar zo te zeggen.

Dick Advocaat typeert zichzelf als saai. „Ik ben een eenling. Op mezelf, altijd geweest. Ik ben wel een aardige, maar geen gezellige jongen. Ik drink niet, ik rook niet. Ik ben geen polonaisetype.“

Zijn privé-leven schermt de bondscoach met behulp van zijn familie knap af. Vooral sinds zijn vertrek naar Schotland is hij allergisch voor publicaties daarover.

De vraag is waarom Advocaat zoveel moeite doet de roddelpers uit zijn buurt te houden. Iedereen en ook hijzelf is het er over eens dat hij buiten het voetbal een uitermate braaf en saai burgermansleven lijdt. Zijn opmerkelijkste daden waren welbeschouwd zijn haartransplantatie en zijn optreden in het pindakaas-spotje, dat gelijk goed was voor een Gouden Loekie.

Het was natuurlijk ook een gouden vondst dat spotje. Dick Advocaat is inderdaad heel erg pindakaas.