volg adofans op ....
volg adofans op Twitter volg adofans op Facebook volg adofans via RSS Join adofans op linkedin Join adofans op instagram
Prediction League
predictionleague
COMPETITIESTAND
      w g v p
1 PSV 18 15 1 2 46
2 AJA 18 13 2 3 41
3 AZA 18 12 2 4 38
4 FEY 17 9 5 3 32
5 ZWO 18 8 7 3 31
6 UTR 17 8 4 5 28
7 ADO 18 8 2 8 26
8 VIT 17 6 6 5 24
9 HEE 18 6 5 7 23
10 VVV 18 5 7 6 22
11 HER 18 6 4 8 22
12 EXC 18 6 3 9 21
13 GRO 18 5 5 8 20
14 WII 18 4 5 9 17
15 NAC 18 4 4 10 16
16 TWE 18 4 3 11 15
17 SPA 17 2 5 10 11
18 RJC 18 3 2 13 11
Bron van dit artikel
vi.nl

Datum plaatsing: 15-07-2015 12:02:00

Voetballen in de zandbak


Xavi naar Al Sadd, Ryan Babel naar Al Ain en Michiel Kramer en Tjaronn Chery lijken op weg naar Baniyas. Steeds meer spelers kiezen voor De Zandbak, maar waar raken ze verzeild?


door Vincent Okker
 
 
Op de luchthaven van Abu Dhabi werd hij welkom geheten door een groepje in witte gewaden gehulde mannen en kinderen. Michiel Kramer kreeg een sjaal van zijn nieuwe club Baniyas en poseerde beleefd. De voorbije maanden was de lange spits van ADO Den Haag in verband gebracht met tal van clubs, zoals Feyenoord en Sheffield Wednesday. Ook vanuit Duitsland en Spanje was er belangstelling voor hem. Maar de nummer drie van de Eredivisie-topscorerslijst van vorig seizoen koos voor de Verenigde Arabische Emiraten. ‘Dit is financieel zó aantrekkelijk, dit kon ik niet laten schieten’, aldus Kramer.
 
 
De aanvaller gaat, als de transfer rond komt, lang niet zoveel verdienen als Xavi, die dit seizoen in Qatar zo’n tien miljoen euro zou opstrijken bij Al Sadd. Maar in het Midden-Oosten heeft Kramer qua financiën weinig reden tot klagen. Al staat er tegenover dat hij wel uit beeld zal zijn. Want in de competities van de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar is over de grens nauwelijks iemand geïnteresseerd. Saudi-Arabië is weer een verhaal apart. De drie competities op een rij.
 
 
Opbouwen in plaats van afbouwen
Niveau Topklasse.’ Zo omschreef Henk ten Cate de Arabian Gulf League, de competitie van de Verenigde Arabische Emiraten. Hij was in 2010 kortstondig trainer van Al Ahli. De keuze van Ryan Babel voor regerend kampioen Al Ain heeft veel liefhebbers dan ook verrast, aangezien de 42-voudig Oranje-international met zijn potentie nog in een sterke Europese competitie had kunnen spelen. 
 
 
De Arabian Gulf League is kwalitatief minder dan de competities in Saudi-Arabië en Qatar. Toch is het voor topvoetballers verreweg de populairste bestemming van de drie. Al Ain greep vorig seizoen de titel met een elftal met daarin Ghanees international Asamoah Gyan en de Zuid-Koreaanse vedette Myung-Joo Lee. ‘De levens-standaard is er enorm hoog. Het is heel veilig, heel schoon’, verklaart Samir El Gaaouiri, voormalig prof van onder meer Fortuna Sittard, FC Utrecht en VVV-Venlo en tegenwoordig in Dubai werkzaam als voetbalmakelaar voor Sport 2. ‘Hier kun je vrij leven, ook niet-moslims ervaren dat zo. Als prof kun je hier een paar jaar voetballen en ook een prettig gezinsleven leiden.’
 
 
En uiteraard zijn de financiële voorwaarden goed. Michiel Kramer, Tjaronn Chery en nog wat collega’s hoorden de nettosalarissen met opgetrokken wenkbrauwen aan. Voor de gemiddelde Eredivisie-prof valt in de Verenigde Arabische Emiraten netto vier à vijf keer meer te verdienen dan in Nederland. Dan neem je het op de koop toe dat de doorsnee competitiewedstrijden niet of nauwelijks toeschouwers trekken.
 
 
De Nederlandse voetballers die deze zomer voor De Zandbak kiezen, zijn relatief jong. Babel is 28, Chery 27, Kramer pas 24 (red. ADOfans: 26) . In januari toog Oussama Assaidi (26) al naar Al Ahli. Dat is toch een verschil met voorheen, toen Phillip Cocu in 2007 op 36-jarige leeftijd voor Al Jazira uitkwam. Karim El Ahmadi speelde in 2011 zes maanden op huurbasis voor Al Ahli. De Nederlandse Marokkaan was net 27. Hij vond het niveau uiteindelijk te laag om er permanent te blijven. El Gaaouiri: ‘De tijden dat de emiratenclubs alleen maar veteranen aantrokken, is voorbij. Als je over de dertig bent, halen ze je alleen als je international bent geweest. De clubs hebben in het verleden slechte ervaringen gehad met voetballers die het afbouwen wel erg letterlijk namen. En wat je nu ook ziet, is dat de jongere voetballers uit het buitenland meerjarige contracten tekenen. Voorheen was dat bijna altijd slechts voor één seizoen. Ook een teken dat de buitenlandse spelers nu op enige wijze voor continuïteit moeten zorgen.’
 
 
Waar Kramer straks met Baniyas in hartje Dubai zit, daar heeft Babel het minder getroffen. Al Ain behoort officieel tot het emiraat Abu Dhabi, maar ligt op de grens met Oman en is meer woestijn dan metropool. Van de hoofdstad Abu Dhabi is het 160 kilometer rijden, vanaf Dubai 120. De strijd in de top van de competitie gaat vooral tussen de teams uit de emiraten Abu Dhabi (Al Ain, Al Jazira, Baniyas, Al Dhafra, Al Wahda) en Dubai (Al Ahli, Al Nasr, Al Shabab, Al Wasl). Het meeste geld zit in Abu Dhabi. Zo wordt Al Jazira gerund door sjeik Mansour Al Nahyan. Die is vooral bekend als eigenaar van de Abu Dhabi United Group, ofwel de drijvende kracht achter Manchester City. De inspanningen van de sjeik leverden in 2014 de komst op van onder anderen Juventus-aanvaller Mirko Vucinic. Al Shabab contracteerde deze zomer Braziliaans international Jô. Spaans international Pablo Hernández (ex-Valencia) verruilde Al Arabi eerder dit jaar voor Al Nasr. En Al Ain wist behalve Babel de Nigeriaan Emmanuel Emenike los te weken van Fenerbahçe. De overige vijf emiraten vertolken doorgaans een bijrol. Sharjah, afkomstig uit het gelijknamige emiraat, was in 1995/96 de laatste ploeg die Abu Dhabi en Dubai aftroefde.
 
 
Wat de Arabian Gulf League deze periode extra interessant maakt, is de mogelijke deelname aan het WK voor clubs. In 2017 en 2018 zijn de Verenigde Arabische Emiraten gastheer van het toernooi. Als organiserend land mag de kampioen van de Arabian Gulf League beide edities met de absolute wereldtop gaan strijden om de Wereldbeker.
 
 
Met grote trots kondigde Al Sadd begin juni de komst aan van Xavi. In navolging van Raúl (2012-13) heeft de Qatarese recordkampioen opnieuw een Spaanse voetballegende aan zich weten te binden. De 35-jarige icoon van Barcelona zal wel even opkijken als hij straks tijdens thuiswedstrijden in Doha slechts een paar duizend toeschouwers op de tribunes ziet zitten. Maar met een jaarsalaris van zo’n tien miljoen euro en dat drie seizoenen lang is er voor Xavi weinig reden ontevreden te zijn.
 
‘In voetballend opzicht zal hij zich wel wat moeten aanpassen...’ Silvio Diliberto, oud-prof van Sparta, Roda JC, Haarlem en FC Eindhoven, was de afgelopen jaren in Qatar hoofdtrainer van Al Shamal. Met die club werd hij in 2014 kampioen van de Tweede Divisie, waardoor Al Shamal vorig seizoen uitkwam in de Qatar Stars League (QSL). ‘Alle teams mogen maar vier buitenlanders onder contract hebben, minimaal één van hen moet uit Azië komen’, vertelt Diliberto. ‘De rest van de selectie bestaat uit lokale voetballers. Er lopen echt balvaardige jongens rond, maar niet allemaal hebben ze het niveau van een prof.’
 
 
Profvoetbal in het oliestaatje heeft een bijzonder karakter. De competitie- en bekerduels - Qatar kent liefst vier bekertoernooien - worden voornamelijk afgewerkt in de hoofdstad Doha, terwijl de omringende steden waar profvoetbal wordt gespeeld Al Khor, Umm Salal en Mesaimeer op korte reisafstand liggen. Met het oog op het WK van 2022 in Qatar heeft de voetbalbond QFA het aantal toegestane buitenlandse voetballers per club de laatste jaren beetje bij beetje ingekrompen. Op die manier hoopt de bond het niveau van de nationale ploeg op te krikken.
 
 
Voor die tijd deed de Qatar Stars League zijn naam pas écht eer aan. Pep Guardiola, Romário, Ronald en Frank de Boer en Gabriel Batistuta zijn topvoetballers die in de nadagen van hun loopbaan gingen cashen in het emiraat. Geen niveau om steil van achterover te slaan. Menigeen herinnert zich nog de beelden van de gebroeders De Boer die in 2004 als spelers van Al Rayyan extra trainingssessies voor zichzelf inlasten. Van de reguliere groepstrainingen werden ze immers niet echt moe…
 
 
De laatste jaren was er een interessante ontwikkeling in de Qatarese competitie. De traditioneel populaire clubs Al Sadd, Al Rayyan, Al Arabi en Al Gharafa zijn overvleugeld door het aan het leger gelieerde El Jaish (leger in het Arabisch). En titelhouder Lekhwiya staat van oudsher bekend als de ploeg van de politie en marechaussee. Die clubs konden door hun uitzonderingspositie betere spelers vastleggen en de eigenaren hebben de macht om creatief de regels te omzeilen. Dat geldt zeker voor Lekhwiya’s eigenaar, sjeik Tamim Al Thani, die sinds 2013 de emir van Qatar is. Met zijn connecties slaagde hij vorig seizoen erin Michael Laudrup te strikken als trainer. Uiteindelijk besloot de Deen na de titelprolongatie op te stappen.
 
 
Uitgezonderd Al Arabi worden alle teams gerund door een sjeik, een lid van de koninklijke familie. Iedereen is wel zijdelings met elkaar verbonden en de indruk is dat ze onderling vooral een prestigestrijd voeren. De clubs en de voetballers zijn vooral speeltjes. De QSL voorziet elke club van een ruim budget. Overschrijdt een ploeg dat bedrag, zoals Al Sadd in het geval met Xavi, dan dient de eigenaar zélf het verschil bij te leggen. In een land met een begrotingsoverschot is dat geen probleem. En dankzij de goede banden met Qatar Airways, de hoofdsponsor van Barcelona, heeft Al Sadd-voorzitter Mohammed bin Hamad Al Thani - een zoon van een van de vroegere emirs en voorzitter van het omstreden Qatarese WK-bid - de investering in Xavi nu al terugverdiend.
 
 
‘Al Sadd maakt nog steeds de dienst uit in de competitie, naast Lekhwiya en El Jaish’, stelt Ronald de Boer, in de periode 2004-2008 actief voor Al Rayyan en Al Shamal. ‘En ik verwacht wel het een en ander van Al Rayyan. Die ploeg speelde afgelopen seizoen in de tweede divisie, maar behoorde in mijn tijd tot de topploegen. Het is, zeg maar, het Feyenoord van Qatar. Nu hebben ze, na de promotie, bijvoorbeeld Sergio García van Espanyol gehaald. Een topper als Xavi kan bij Al Sadd het verschil maken. Maar het gaat er vooral om dat je als club de beste lokale spelers vindt. Want daarmee kun je het meeste terrein winnen.’
 
 
Stadions zijn alleen voor mannen
De Saudi Professional League (SPL) is van oudsher een gevecht tussen de grootmachten uit Jeddah (Al Ahli, Al Ittihad) en de hoofdstad Riyadh (Al Hilal, Al Nassr, Al Shabab). In tegenstelling tot de omringende landen slagen de clubs uit Saudi-Arabië erin ook zonder dure gevestigde buitenlanders te presteren in de Aziatische Champions League. Zoals tweevoudig winnaar en drievoudig verliezend finalist Al Hilal, dat in de huidige editie is doorgedrongen tot de kwartfinale.
 
 
‘Al Nassr werd onlangs voor de tweede keer op rij kampioen, Al Hilal geldt als elitaire club met de meeste status’, weet de Belg Marc Brys, in het verleden coach van FC Den Bosch en FC Eindhoven en vorig seizoen in de SPL trainer van achtereenvolgens Najran en Al Raed. ‘Maar Jeddah pronkt sinds vorig jaar met een prachtig stadion (het King Abdullah Sports City Stadium, 62.241 plaatsen, red.). En alles onder de topvijf? Daar is het een stuk minder excessief, die clubeigenaren hebben veel minder te besteden. Over het algemeen is de structuur ver te zoeken.’
 
 
De strikte regels in Saudi-Arabië schrijven voor dat alle clubs maximaal drie buitenlanders onder contract mogen hebben en eventueel nog een extra legionair uit Azië. Met als doel de eigen kweek te beschermen en zodoende het niveau van de nationale ploeg te garanderen. Dat lukte ook in de periode 1994-2006, toen Saudi-Arabië vier keer op rij van de partij was op het WK. Alle keren met keeper en recordinternational Mohammed Al-Deayea en topschutter Sami Al-Jaber, die hun volledige carrière in eigen land actief waren.
 
 
Hoewel de laatste titel dateert van 2011, is Al Hilal met afstand de grootste club van het land. Een in 2008 gesloten sponsordeal met telecombedrijf Mobily verzekerde de ploeg jaarlijks van zo’n twintig miljoen dollar. Al Hilal is dan ook een van de weinige Saudische clubs waar gevestigde buitenlandse spelers actief waren. Zoals de Braziliaanse wereldkampioen Roberto Rivelino (1979-81), diens landgenoot Thiago Neves (2013-15) en Zweeds international Christian Wilhelmsson (2008-12). ‘Clubs hebben wel de financiën om buitenlandse toppers aan te trekken’, zegt Foeke Booy, in het seizoen 2007 trainer van Al Nassr. ‘De betere spelers verdienen al snel een half à één miljoen dollar. Saudi-Arabië is een nogal gesloten land. Dat alleen mannen toegang hebben tot een voetbalstadion, zegt genoeg. Voor westerlingen is Qatar of Dubai een stuk aangenamer leven. Ook zelf had ik grote moeite met acclimatiseren. Zelfs in Riyadh, waar het over het algemeen vrijer is dan in de provincies. De buitenlanders die voor de Saudische competitie kiezen, zijn vaak Syriërs, verdwaalde Brazilianen en Afrikanen. Verder moeten de clubs het dus hebben van de opleiding. Al Nassr had dat in mijn periode niet op orde, nu wel. Het niveau van de betere teams is vergelijkbaar met de subtop van Nederland. Met de aantekening dat de faciliteiten geweldig zijn.’
 
 
‘Alle teams worden gerund door de sjeiks, onder wie verschillende broers, leden van de koninklijke familie’, vervolgt Brys. ‘De clubs drijven deels op de bijdrage van de federatie. Die steekt periodiek veel geld toe. Op de wedstrijden in Jeddah en Riyadh komt veel volk af, het stadion zit bij de grote wedstrijden vol. In Saudi-Arabië is voetbal óók een tv-sport, dus van alle kanten doen ze hun best de teams zo goed mogelijk te bevoorraden. Veel rijken investeren in het voetbal. Het klinkt gek, maar eigenlijk werken de clubs niet echt met een budget…’ Prins Alwaleed bin Talal bin Abdulaziz Al Saud is zo’n suikeroom. De komende vier seizoenen doneert hij zo’n tweeënhalf miljoen euro aan Al Hilal. Ook zorgde hij ervoor dat het publiek bij het Champions League-duel met het Australische Western Sydney Wanderers gratis toegang had. Icoon Sami Al-Jaber kreeg voor zijn jarenlange verdiensten twee Bentley’s cadeau.
 
 
Booy: ‘Als trainer heb je wel een bepaalde vrijheid, maar iedereen heeft zijn eigen belangen: de sjeiks, de andere geldschieters. Bij Al Nassr had ik voor de competitiestart geadviseerd een extra verdediger te halen. Maar wat kreeg ik? Een aanvaller… De sjeiks houden de boel het liefst zelf in de hand. Daags voor een wedstrijd moest ik op audiëntie komen bij drie, vier clubmensen. Die wilden weten wie er in de basis zouden starten en wie op de bank. Dan merkte je wel dat een sjeik zijn eigen voorkeuren probeerde op te dringen. In dat soort landen moet je als trainer weten hoe de verhoudingen liggen.’