support Casper
 
volg adofans op ....
volg adofans op Twitter volg adofans op Facebook volg adofans via RSS Join adofans op linkedin Join adofans op instagram
COMPETITIESTAND
      w g v p
1 AJA 23 17 2 4 53
2 AZA 23 16 2 5 50
3 FEY 23 13 7 3 46
4 PSV 24 13 6 5 45
5 WII 24 12 5 7 41
6 UTR 23 11 5 7 38
7 VIT 24 11 5 8 38
8 GRO 24 10 5 9 35
9 HER 24 9 5 10 32
10 HEE 24 7 9 8 30
11 SPA 24 8 6 10 30
12 EMM 24 8 5 11 29
13 TWE 24 7 6 11 27
14 VVV 24 8 3 13 27
15 FOR 24 6 6 12 24
16 ZWO 24 6 4 14 22
17 ADO 24 4 6 14 18
18 RKC 24 3 3 18 12
Prediction League
predictionleague
Bron van dit artikel
Haagsche Courant

Datum plaatsing: 29-05-2004 17:55:00

Ton Thie, domweg gelukkig op slippers en in korte broek


Hij ging weg om het jachtige leven in Nederland een tijdje te ontvluchten. Om zonder stress te leven. Een beetje vissen, een beetje lezen, ongedwongen genieten.


Ton Thie, oud- doelman van ADO, vertrok voor een vakantie van een jaar naar Gambia. Dat was in 1996. Hij woont er nu nog. Ton Thie is er domweg gelukkig.

 

door Jos Pak


Gewillig laat Ton Thie zich door de fotograaf naar een nòg betere plek dirigeren. De koeien, het groen en de prachtige wolkenlucht van de Krimpenerwaard associeert hij direct met Afrika, met Gambia. "Zeker, we hebben daar ook koeien. Een heleboel zelfs. Ze zijn alleen een stuk magerder en geven veel minder melk. Het is daar nu regentijd, dus alles staat er lekker fris bij. Het nadeel is dat de luchtvochtigheid erg hoog is. Maar mij hoor je niet klagen."

Thie zegt het met een brede lach op zijn bruine, smalle kop. De 58-jarige ex-Gouwenaar ziet er goed uit en maakt een ontspannen indruk. "Ik heb de afgelopen weken weer moeten wennen aan de drukte hier. Het jachtige, de files."

 

In Gambia, vertelt hij even later als de fotograaf zijn werk heeft gedaan en de cappuccino is geserveerd, gaat alles op zijn elfendertigst. Daar moet je eigenlijk nergens gek van opkijken. Niemand komt op tijd, want iedereen heeft tijd zat. "Dat is niet altijd leuk, maar je stelt je daar van lieverlee op in. Je gaat er in mee, zoals je hier ook overal in megaat. Je moet wel. En het is ook niet erg." Grinnikend: "Van de Vereniging van Contractspelers kreeg ik een tijdje geleden een paraplu opgestuurd. Die bleek zeven maanden onderweg te zijn geweest?" Hoeveel heeft een mens nodig om gelukkig te zijn? Weinig, zo blijkt uit het relaas van Ton Thie. Na zijn voetbalcarrière was Thie, de sierlijke sluitpost van het gouden ADO onder Ernst Happel en Vaclav Jezek, actief in de horeca. Hij runde het restaurant in het Goudse zwembad de Tobbe. "Met plezier hoor, ik heb het achttien jaar gedaan. Maar op het laatst liep het terug. De omzet werd minder, de mensen grimmiger. Je moest ook aan steeds meer eisen voldoen, investeringen plegen. Een olievanger, vuilcontainers. Goed voor het milieu, maar ik had het allemaal wel een beetje gehad."

 

Thie was 51, had inmiddels Sonja Rook leren kennen – een waterpoloster van DONK die vele uren in het Goudse zwemwater doorbracht – en besloot om er eens een tijdje tussenuit te knijpen. "Ik wilde gewoon wat anders, ik voelde me fysiek ook niet zo geweldig. Ik hield altijd al van vissen. Toen hebben we een bestemming gekozen die niet zo duur was, waar weinig Nederlanders naar toe gingen en ook nog een land met een prettig klimaat."

Dat werd dus Gambia, West-Afrika. Thie had wat gespaard en ontving een pensioentje uit het CFK (zeg maar de voetbalspaarregeling). "Ik ben gewoon gaan rekenen en kwam er achter dat je voor het bedrag dat je hier maandelijks aan huur kwijt bent, daar makkelijk twee maanden kon leven. Om luxe gaf ik toch al nooit. Ik heb niks met auto's. En je kunt ook maar één paar schoenen tegelijk dragen. Ik loop daar altijd in een korte broek en op slippers. Eten? Zelf groente verbouwen en een visje vangen."

Thie had ook nooit kunnen bevroeden dat het 'langzame leven' in Gambia hem en Sonja zo goed zou bevallen. Hij zegt niet er de rest van zijn leven te zullen blijven, maar van een permanente terugkeer is vooralsnog geen sprake. De afgelopen weken was hij in Nederland om dingen te regelen. "M'n rijbewijs en paspoort moesten worden verlengd, verzekeringen moesten geregeld en we wilden familie en vrienden bezoeken. Het was alweer drie jaar geleden dat we hier voor het laatst waren."

 

Geldgevers

Het was tevens een mooie gelegenheid om de Nederlandse geldgevers te bezoeken. Want, zonder dat ze daar ook maar een moment op uit zijn geweest, zijn de Thie's de 'ontwikkelingshulp' ingerold.

"Mensen in Nederland begonnen ons geld te geven waarmee wij kinderen konden helpen. Voor vijftig euro gaan er twee een heel jaar naar school. In drie dagen tijd hebben Sonja en ik tien geldsponsors bezocht om te vertellen hoe het met 'hun' kinderen gaat. Met het rapport in de hand. In een straal van 25 kilometer hebben we nu iets van 25 kinderen onder onze hoede. We geven hen schoolgeld, ze krijgen een uniformpje, een rugtas en een paar schoenen. Mooi als je dat kunt doen."

Nee, het zijn hooguit de mensen hier die hij mist, niet de welvaart. "Ik hoef geen 38 kanalen. We hebben pas vijf jaar televisie, met één zender. Voor telefoneren moesten we drie kilometer verderop zijn bij een postkantoor. Dat gaf erg veel rust kan ik je verzekeren, al rukt de mobiele telefoon daar nu ook snel op. Toen ik zeven jaar geleden vertrok woog ik 96 kilo, nu 84. En daar heb ik niks voor hoeven doen. Geen aerobics, niks."

Het sobere van het leven aan de Afrikaanse westkust spreekt hem enorm aan, ook al idealiseert hij het niet. "Achter die lach van de Gambianen gaat vaak een enorme hoop ellende schuil. Ze zijn constant bezig met een struggle for life. Maar ze proberen overal wel het positieve van in te zien." Als lange blanke valt Thie natuurlijk ontzettend op tussen al die zwarten. Toch zegt hij zich absoluut thuis te voelen. "Je bent en blijft een toebab, een witte. Maar onze ervaring is dat wanneer je niet met je neus omhoog loopt, de Gambianen je gewoon accepteren."

 

Oranje

Daarbij helpt het altijd als je oud-voetballer bent. Dat 'lekte' uiteraard snel uit. "Ze zijn er gek van voetbal. Ze kennen alle spelers van Oranje, Kluivert en Davids voorop. Als ze al naar school gaan, dan voetballen ze na schooltijd. Op blote voeten, op het zand. Als ze tenminste een bal hebben, want daar is altijd een enorm gebrek aan. Ik heb daar al wat ballen gerepareerd." Of 'geregeld'. "Er werd een keer een groot toernooi gehouden, met allemaal nationale teams uit West-Afrika. Maar de bond had maar twee ballen. Via via heb ik toen van de KNVB tien Nike-ballen opgestuurd gekregen. Daar ben ik ze in Zeist nog erkentelijk voor."

 

Voetbal, het is en blijft een sleutelwoord in het leven van Ton Thie die als pupil begon bij het Goudse Olympia. Hij is bij een paar thuiswedstrijden van ADO aanwezig geweest. Oude liefde roest niet. Hij constateert droogjes dat de club het 'heel moeilijk' zal krijgen om zich te handhaven. "Het was allemaal nog niet best wat ik heb gezien." Inderdaad, onvergelijkbaar met de teams waarin hij dertig, vijfendertig jaar geleden speelde. Er komt een foto op tafel van de ADO-elf in 1970. Hij bestudeert de jonge kerels, zijn ploegmakkers, nog eens goed. Stuk voor stuk kanjers, van Dickie Advocaat (met volle haardos) tot Piet de Zoete. Thie wordt op de zwartwitplaat geflankeerd door Aad Mansveld, vóór hem zit Lex Schoenmaker. Met iets van weemoed in zijn stem: "We werden derde dat seizoen. Het was een geweldige ploeg. Ja, het waren mooie tijden. Thuis altijd uitverkocht, binnen een uur."

 

Tijden die voorgoed voorbij lijken. Juist daarom vindt Thie het onbegrijpelijk dat de oud-spelers uit die gloriejaren niet op de een of andere wijze aan de club verbonden zijn. "Neem iemand als Jan Villerius. Dat was een echte meneer. Sprak vloeiend Frans, Duits en Engels. Zo'n man had een job moeten hebben bij ADO. Joop Korevaar idem dito." Thie schudt zijn hoofd. "Er is zoveel kapitaal weggegooid. Mensen met een clubhart moet je koesteren. Die hebben een meerwaarde. Kijk maar naar clubs als Ajax en Feyenoord. Ja, Aad Mansveld heeft z'n tribune, maar toen hij nog leefde is hem nooit iets aangeboden." Zo, dat moest er even uit. Als we Thie terugbrengen naar het huis van zijn schoonmoeder in Krimpen aan den IJssel waar hij en Sonja tijdelijk verblijven, merkt hij bij het passeren van een ambulance nuchter op dat je in Afrika wel noodgedwongen je eigen dokter wordt.

"Ik heb uiteraard talloze keren malaria gehad. Je moet ontzettend uitkijken met wondjes, zeker in de natte tijd. Inmiddels heb ik er goed het oog op. Ik weet wanneer ik iets heb opgelopen. Kwestie van tijdig medicijnen innemen. Een keer ben ik toch te laks geweest. Toen was ik bijna te ver heen. In allerijl is er nog een dokter bijgekomen en ik heb écht op het randje gelegen. Dagenlang met hoge koorts. Toen dacht ik echt dat het met me was gebeurd. Sindsdien ben ik toch wat voorzichter geworden."